BAS-project


Op 12 juni 2009 zijn we door het Seminarium voor Orthopedagogiek officieel gecertificeerd als BAS-school voor 16 cellen van de volgende ontwikkelingslijnen voor adaptief onderwijs: Structuur, Interactie, Zelfstandige leerhouding, Instructie en feedback, Coöperatief leren en Teamleren. In het afgelopen schooljaar zijn alle cellen in de teamvergadering besproken en opnieuw vastgesteld.

De letters BAS staan voor: Bouwen aan een Adaptieve School. Wat betekent adaptief? Het betekent letterlijk : aanpassing / passend maken (adaptor). Adaptief onderwijs is onderwijs dat zoveel mogelijk is afgestemd op en aangepast aan de mogelijkheden en behoeften van elk kind afzonderlijk, kort gezegd: onderwijs op maat. BAS is geen onderwijsconcept, maar een werkwijze!

* Alle kinderen worden geacht aan het eind van groep 8 te beschikken over of kennis te hebben van bepaalde vaardigheden. Bij adaptief onderwijs is de kernvraag altijd of het onderwijs wel aansluit bij de mogelijkheden van ieder individueel kind.

Als voorbeeld een situatie uit groep 3. De leerkracht ontdekt dat een leerling een leesprobleem heeft; Hij/zij ziet niet het verschil tussen de letter b en de letter d. M.b.v. specifiek materiaal wordt het verschil tussen deze letters geoefend. Na enkele weken van oefenen blijkt dat de leerling het verschil steeds beter beheerst en vertoont het minder problemen met het schrijven en/of lezen van deze letters. M.a.w. de leerkracht past zich aan, aan de mogelijkheden van één van de leerlingen in de groep.

De leerkracht zoekt een oplossing, maakt tijd vrij onder de les en oefent een paar keer per week met de leerling, zodat ook hij/zij uiteindelijk een stap dichterbij komt bij het uiteindelijke doel, namelijk het correct kunnen lezen en schrijven zonder het maken van omkeringen.

Verschil adaptief en regulier onderwijs.

Veel scholen houden al rekening met de onderlinge verschillen tussen leerlingen; dat wil zeggen dat sommige leerlingen meer leerstof aan kunnen, of een hoger tempo hebben of sneller iets door hebben tijdens de uitleg.

Bij adaptief onderwijs kijken we daar ook naar, we noemen dat gedifferentieerd onderwijs waarbij we vanuit de methoden werken volgens het zgn. BHV-model.

  • Basisstof voor alle kinderen
  • Herhalingsstof voor leerlingen die nog wat moeite hadden met bepaalde opdrachten
  • Verrijkingsstof (extra stof) voor de vlotte en goed presterende leerlingen.

Maar bij adaptief onderwijs wordt vooral gekeken naar gedragskenmerken van kinderen zoals:

  • het geloof in eigen kunnen (competentie)
  • het streven naar onafhankelijkheid (weten dat je problemen zelf aankunt
  • het hebben van relaties (wetenen voelen dat je gewaardeerd wordt)

De leerkracht vervult in het gehele proces een centrale rolwant om deze 3 kenmerken goed te kunnen ontwikkelen bij de kinderen moet de leerkracht zelf ook:

  • ’t geloof hebben in het kunnen van “zijn/haar” kinderen (o.a. door vertrouwen te hebben, te stimuleren, aan te moedigen)
  • leren hen onafhankelijk te maken (zelfstandige werkhouding bijbrengen)
  • streven om met elk kind in de klas een goede relatie te hebben.
 

Organisatie.

Daarnaast komen er voor de leerkracht andere organisatorische zaken om de hoek kijken zoals: het geven van instructie/uitleg (korte uitleg, een rondgang langs de kinderen ter controle, voor sommigen een verlengde instructie (wat uitgebreider met evt. meer concreet materiaal aan een zgn. instructietafel).

Daarnaast zijn er steeds meer kinderen die om verschillende redenen een stuk begeleiding nodig hebben vanwege een leerprobleem of vanwege sociaal/emotionele redenen. Daaronder vallen kinderen die wel een gemiddeld intelligentieniveau hebben, maar die bv. moeite hebben met de concentratie, gauw afgeleid zijn, soms ook minder gemotiveerd zijn of gedragsmatig veel aandacht vragen.

Doelen

Eén van de voornaamste doelen van het stimuleren tot een zelfstandige werkhouding is om als leerkracht meer tijd vrij te maken om deze leerlingen die individuele aandacht te kunnen geven, wanneer de rest van de groep zelfstandig aan het werk is. De leerkracht is dus steeds meer begeleider dan leider. De leerkracht als begeleider observeert, stimuleert, bemoedigt, laat de kinderen meedenken bij het oplossen van een probleem met bv. rekenen of taal en probeert een goed contact te houden met de kinderen.

Pluskinderen

We hebben op school zgn. pluskinderen. Dat zijn kinderen die qua lesstof meer aankunnen, een hoger werktempo hebben en zich weinig meer uitgedaagd voelen als ze zich aan het niveau en tempo van de rest van de groep zouden moeten aanpassen. Soms zijn het zelfs kinderen die hoogintelligent zijn of mogelijk zelfs hoogbegaafd. Deze kinderen moeten (ook) een uitdagende leeromgeving worden aangeboden. We hebben daarvoor op school een “Masterclass” ingericht.

Voortgang BAS-project

De komende jaren zullen de verschillende cellen en documenten regelmatig worden besproken in de teamvergaderingen, teneinde de kwaliteit te houden dan wel te verbeteren t.a.v. het (adaptief) onderwijs